Openstaande rekeningen bij de zorgverzekeraar, onbetaalde boetes of achterstanden bij de Belastingdienst: bijna 20% van de 18- t/m 24-jarigen heeft hiermee te maken, zo blijkt uit onderzoek van het Nibud. Het instituut vindt een dergelijke start van de financiële verantwoordelijkheid zorgwekkend. Het gaat bij 20% van die jongeren om bedragen van € 2.500 of meer. Het Nibud vindt het zorgwekkend dat jongeren zich op zo’n jonge leeftijd al in de schulden steken. Daarbij is het opvallend dat betalingsachterstanden of geleend geld door de meeste jongeren die daarmee te maken hebben, niet als schuld wordt gezien. Bijna iedereen tussen 12 en 18 jaar kan goed rondkomen, spaart iedere maand en leent, als er geleend wordt, slechts kleine bedragen. Toch komt er bij de 18-t/m 24-jarigen een omslag: jongeren komen minder goed rond, krijgen betalingsachterstanden, lenen bij anderen en sommigen staan zelfs frequent rood. Jongeren die hun rekeningen controleren, hebben minder vaak betalingsachterstanden. Voor alle jongeren zijn ouders de belangrijkste leerbron. 89% van alle jongeren leert van ouders over geldzaken en 47% van vrienden. Van de 18-plussers praat 63% minstens 1x per maand met zijn ouders over geldzaken; 52% doet dat met vrienden.
Het Nibud constateert in hetzelfde onderzoek overigens ook dat de overgrote meerderheid van de jongeren spaart: 81%van de 12- tot en met 14-jarigen, 89% van de 15- tot en met 17-jarigen en 93% van de 18- tot en met 24-jarigen. Het spaarbedrag per maand neemt beduidend toe met de leeftijd, het gemiddelde loopt op van 23 euro bij de 12- tot en met 14-jarigen tot 200 euro bij de 18-plussers.
Tussen 2002 en 2012 is het aantal huishoudens dat hun huur of hypotheeklasten niet kan betalen verdubbeld. Vooral huurders zitten door de economische crisis vaker in de knel.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zegt dat in 2012 circa 510.000 huishoudens een zogeheten 'betaalrisico' hadden. Die huishoudens hebben een inkomen dat niet voldoende is voor de netto woonlasten en de meest essentiële uitgaven voor levensonderhoud.
Die mensen lopen het risico dat ze op een bepaald moment de huur of hypotheek niet meer kunnen betalen. Het wil niet zeggen dat ze ook een betaalachterstand hebben.
Sommige huishoudens zullen een tekort dichten met spaargeld of nog meer bezuinigen op eerste levensbehoeften. Anderen lopen wel een betaalachterstand op voor bijvoorbeeld huur of zorgverzekering, zegt het PBL.
In 2002 had ongeveer 5 procent van alle huurders een betaalrisico. In 2012 was dat 13 procent. Onder eigenaar-bewoners is dat minder en stabiel. Daar schommelt het aandeel rond de 3 procent.
In Amsterdam, zuidvleugel Randstad, Noord-Friesland, delen van Groningen en Flevoland en Zuid-Limburg zijn veel huurders met een betaalrisico.
Woonbond
De Nederlandse Woonbond bepleit donderdag dat het huurbeleid op de schop moet, omdat er anders alleen maar meer mensen in de knel zullen komen. "De huren ziin 2013 en 2014 met ''historisch hoge percentages" verhoogd", zegt een woordvoerder.
Als het aan de Woonbond ligt, mag de huurverhoging niet hoger meer zijn dan de inflatie. Dat was de afgelopen jaren wel zo. Tegelijk moet er meer budget komen voor huurtoeslag. Die is in de door PBL onderzochte periode met bijna 30 euro per maand per huurder verlaagd.